Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 8 september 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na een schriftelijke ingebrekestelling.
De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld voor dit soort zaken en past deze termijnen toe. Verweerder moet uiterlijk 27 juni 2024 een besluit op bezwaar nemen. Voor elke dag overschrijding van deze termijn is een dwangsom van € 100,- vastgesteld, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 218,75 en het betaalde griffierecht van € 51,-. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.