Opposante had bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, waarop de Belastingdienst niet tijdig had beslist. De rechtbank had eerder het beroep gegrond verklaard en een beslistermijn gesteld tot 1 juli 2024. Opposante ging in verzet tegen deze termijn.
De rechtbank oordeelt dat de eerder gestelde beslistermijn niet kan blijven bestaan vanwege de omvang van de hersteloperatie toeslagen en stelt een kortere termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak vast. De rechtbank verklaart het verzet gegrond en vervalt de eerdere uitspraak.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000, waarvan reeds €1.442,- is vastgesteld wegens verstreken dagen. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten in verzet en beroep, alsmede het griffierecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting vanwege duidelijkheid over de uitkomst.