ECLI:NL:RBMNE:2024:2836
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van niet tijdig beslissen door officier van justitie in Wahv-zaken en bevoegdheid kantonrechter
Deze uitspraak betreft 433 beroepen van eisers tegen het niet tijdig beslissen door de officier van justitie op administratieve beroepen tegen verkeersboetes op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
De rechtbank onderzoekt haar bevoegdheid en concludeert dat de kantonrechter als bijzondere bestuursrechter bevoegd is voor deze zaken, ook bij niet tijdig beslissen. Eisers mochten zich direct tot de rechtbank richten, ondanks dat de Wahv een andere procedure voorschrijft.
De rechtbank stelt vast dat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) hoofdstuk 8, met de rechterlijke instrumenten bij niet tijdig beslissen, niet van toepassing is in Wahv-zaken. Hierdoor is de rechtbank beperkt in haar uitspraakmogelijkheden en kan zij geen dwangsommen opleggen.
Omdat een uitspraak over niet tijdig beslissen zonder rechterlijke dwang geen feitelijke verbetering oplevert, ontbreekt het eisers aan procesbelang. Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk. Tevens uit de rechtbank kritiek op de wijze van procederen door de gemachtigde, die veel zaken zonder selectie heeft ingediend, wat leidt tot onnodige belasting van de rechterlijke en parketadministratie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen tegen niet tijdig beslissen in Wahv-zaken niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.