Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 mei 2024 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder(gemachtigde: [gemachtigde]).
Inleiding
Overwegingen
Proceskosten en griffierecht
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst op zijn bezwaren van 28 oktober 2022 tegen drie beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en het beroep gegrond is. Verweerder moet alsnog binnen een door de rechtbank gestelde termijn van zes weken na verzending van de uitspraak besluiten op de bezwaren nemen.
De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die nadere beslistermijnen hanteert bij dit soort zaken en past deze termijnen toe. Voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van €100,- opgelegd, met een maximum van €15.000,-.
Daarnaast moet verweerder het griffierecht vergoeden omdat ten onrechte driemaal griffierecht werd geheven terwijl er slechts één beroepschrift was. De proceskosten worden vastgesteld op €218,75. De rechtbank wijst het beroep toe en bepaalt de verdere procedure en gevolgen van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken te beslissen op de bezwaren, met een dwangsom bij overschrijding.