Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Het bezwaarschrift werd op 22 november 2022 ontvangen door verweerder. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na een ingebrekestelling.
De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2023 waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld voor dergelijke zaken. De rechtbank hanteert deze termijnen en bepaalt dat verweerder uiterlijk 12 juli 2024 een besluit op bezwaar moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op alsnog binnen de termijn een besluit te nemen.