Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 30 november 2022 voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden, wat niet in geschil is. Na ingebrekestelling op 7 februari 2024 en beroep op 26 maart 2024 oordeelt de rechtbank dat verweerder alsnog binnen de wettelijke termijnen moet beslissen.
De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde nadere beslistermijnen, waarbij verweerder uiterlijk 11 juli 2024 een schriftelijke vooraankondiging moet doen en binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van zes weken een besluit moet nemen. Bij overschrijding geldt een dwangsom van € 100 per dag, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar op 14 mei 2024 uitgesproken.