Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag van 3 februari 2022 voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder op 1 juni 2023 in gebreke is gesteld. Eiseres heeft vervolgens tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt de Belastingdienst om alsnog binnen bepaalde termijnen een vooraankondiging en een besluit te nemen, conform de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijnen, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad €218,75 en het betaalde griffierecht van €50. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en uitgesproken op 25 januari 2024.