ECLI:NL:RBMNE:2024:3134
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen belanghebbende bij besluit wijziging persoonsgebonden budget
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de vraag of eiseres, als gewaarborgde hulp van een budgethouder, als belanghebbende kan worden aangemerkt bij het besluit van 26 juli 2022 van het zorgkantoor over de wijziging van het persoonsgebonden budget (pgb) van de budgethouder over 2018 en 2019.
De budgethouder ontving een pgb op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) en had eiseres als gewaarborgde hulp aangesteld. Het zorgkantoor wijzigde het pgb door het toegekende bedrag over de genoemde periode af te wijzen wegens het niet nakomen van verplichtingen door de budgethouder, met een terugvordering van ruim €50.000. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het zorgkantoor verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbende zou zijn.
De rechtbank bevestigt dit standpunt en stelt dat eiseres geen eigen, persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Financiële gevolgen voor eiseres vloeien niet rechtstreeks voort uit het besluit, ook niet doordat het zorgkantoor mogelijk in een civiele procedure de vordering op haar wil verhalen. Het feit dat het zorgkantoor eiseres verantwoordelijk houdt voor onrechtmatig gedeclareerde zorg en haar ongeschikt acht als gewaarborgde hulp, vormt geen grondslag voor haar belanghebbendheid bij dit bestuursrechtelijke besluit.
Ook de stelling dat de beschuldigingen strafrechtelijke gevolgen kunnen hebben, leidt niet tot een ander oordeel, omdat bestuursrechtelijke en strafrechtelijke procedures gescheiden zijn. Daarnaast is het zorgkantoor niet verplicht geweest eiseres te horen in de bezwaarprocedure, omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij geen belanghebbende is bij het besluit over het pgb.