Eiseres heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 25 augustus 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verweerder op 31 oktober 2022 in gebreke is gesteld. Eiseres heeft vervolgens op 1 april 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op alsnog een besluit te nemen binnen de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen. Dit houdt in dat verweerder uiterlijk 16 juli 2024 een schriftelijke vooraankondiging moet doen en binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van de reactietermijn een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat verweerder de beslistermijnen overschrijdt, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiseres van €218,75 en het betaalde griffierecht van €51,-. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer op 22 mei 2024.