Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag van 8 maart 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank legt de Belastingdienst op uiterlijk 24 juli 2024 een schriftelijke vooraankondiging te doen en binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of na het verstrijken van zes weken een besluit te nemen over (aanvullende) compensatie. Voor elke dag dat deze termijnen worden overschreden, moet de Belastingdienst een dwangsom van € 100 betalen, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 218,75) en het betaalde griffierecht (€ 51). De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 22 mei 2024.