ECLI:NL:RBMNE:2024:3234
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning op waardepeildatum 1 januari 2021
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, welke door verweerder was vastgesteld op €983.000,- met waardepeildatum 1 januari 2021. Na een uitspraak op bezwaar die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de onderbouwing van de waarde, waarbij verweerder een taxatiematrix overlegd had met drie referentiewoningen in de buurt, verkocht rond de waardepeildatum. Eiser voerde aan dat de taxatiematrix eerder had moeten worden verstrekt en dat de woning ondergemiddeld zou zijn door houtworm en lekkage, maar kon dit niet aannemelijk maken omdat hij een inpandige opname weigerde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende inzicht had gegeven in de waardebepaling en dat de taxatiematrix passend was. De door eiser aangevoerde waardedrukkende factoren waren onvoldoende onderbouwd. Ook de stelling dat de waarde met meer referenties onderbouwd had moeten worden, werd verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €983.000,- wordt ongegrond verklaard.