Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag van 4 februari 2021 tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 14 februari 2023 in gebreke heeft gesteld. Het beroep is tijdig ingediend en gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst alsnog binnen een door de rechtbank gestelde termijn een besluit moet nemen. Daarbij worden de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen gehanteerd, waaronder een termijn van zes weken voor het doen van een schriftelijke vooraankondiging en vervolgens twee weken voor het nemen van het besluit na ontvangst van een zienswijze.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de Belastingdienst de termijnen overschrijdt, met een maximum van €15.000. Verder wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier M.E.C. Bakker op 30 mei 2024.