Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 6 juni 2024 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van belaging, mishandeling en bedreiging jegens zijn voormalige partner en haar familie. De feiten betroffen onder meer het stalken van het slachtoffer, fysieke mishandeling en het uiten van ernstige bedreigingen.
Tijdens de terechtzitting van 23 mei 2024 heeft de rechtbank het dossier en de standpunten van partijen onderzocht. De relatie tussen verdachte en aangeefster was turbulent en wisselde meerdere malen tussen contact en geen contact. Dit maakte het moeilijk vast te stellen wanneer het contact ongewenst was en of verdachte zich daarvan bewust was.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om de ten laste gelegde feiten te bewijzen. De verklaringen van het slachtoffer en haar familie waren onvoldoende ondersteund door ander bewijs, en de foto’s van mogelijk letsel boden geen duidelijkheid. Ook was er twijfel over de authenticiteit van sommige verklaringen vanwege het ontbreken van een beëdigd tolk.
Gezien deze omstandigheden sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en wees zij de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf af. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.