De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep tegen de WOZ-beschikking voor meerdere objecten, waarbij de waarde van deze objecten was vastgesteld voor het belastingjaar 2021. De eiser had bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde en tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
Echter, de eiser is in 2023 overleden, waardoor de volmacht die hij had om namens de executeur-testamentair op te treden, is geëindigd. De rechtbank heeft de eiser verzocht aan te tonen dat de erfgenamen de procedure wensen voort te zetten, onder meer door een verklaring van erfrecht of volmacht van alle erfgenamen.
De eiser heeft niet tijdig voldoende bewijs geleverd dat de erfgenamen instemmen met voortzetting van de procedure. Ondanks de gelegenheid om dit te herstellen, kon de rechtbank niet vaststellen dat de procedure namens de erfgenamen wordt voortgezet. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en gaat niet in op de inhoudelijke beoordeling.
Verzoeken om immateriële schadevergoeding en proceskostenvergoeding wegens misbruik van procesrecht zijn afgewezen. De uitspraak is mondeling gedaan op 13 mei 2024 en partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.