ECLI:NL:RBMNE:2024:3558
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Werkgeversberoep tegen WIA-toekenning over eerste arbeidsongeschiktheidsdag
De zaak betreft een werkgeversberoep tegen de toekenning van een WIA-uitkering door het UWV aan een ex-werkneemster. De kern van het geschil is de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag, die het UWV heeft vastgesteld op 15 oktober 2020, terwijl eiseres stelt dat de arbeidsongeschiktheid al eerder begon.
De ex-werkneemster was sinds april 2019 ziek bij haar vorige werkgever, herstelde zich volgens eigen zeggen op 6 september 2020 zonder bedrijfsartsbeoordeling, en trad op 3 augustus 2020 in dienst bij eiseres. Zij meldde zich ziek bij eiseres op 15 oktober 2020. Het UWV heeft de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vastgesteld op die datum, wat betekent dat de wachttijd van 104 weken eindigde op 13 oktober 2022.
De rechtbank stelt vast dat de ex-werkneemster ruim zeven weken heeft gewerkt bij eiseres voordat zij zich ziek meldde. Volgens vaste rechtspraak is het niet vanzelfsprekend om aan te nemen dat zij al arbeidsongeschikt was voor aanvang van het dienstverband bij eiseres, tenzij er ondubbelzinnige indicaties zijn. De rechtbank oordeelt echter dat het UWV in dit geval onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de mogelijke eerdere arbeidsongeschiktheid, mede gezien de ziekenhuisopnames en klachten die al sinds februari 2020 bestonden.
Het besluit van het UWV is daarom niet zorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd. De rechtbank geeft het UWV de mogelijkheid binnen twaalf weken het gebrek te herstellen door nader onderzoek te verrichten en eventueel een nieuw besluit te nemen. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: Het UWV krijgt de gelegenheid het gebrek in het besluit over de eerste arbeidsongeschiktheidsdag te herstellen binnen twaalf weken.