Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag van 3 mei 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na ingebrekestellingen.
De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen voor het nemen van een vooraankondiging en het besluit. Verweerder moet uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak een vooraankondiging doen en binnen twee weken daarna een besluit nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijnen, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en proceskosten van € 218,75. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.