Eiser heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar van 21 september 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiser tijdig beroep heeft ingesteld na ingebrekestelling. Verweerder moet alsnog een besluit nemen binnen de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijn van twaalf weken na het verweerschrift, zijnde uiterlijk 30 juli 2024.
Bij overschrijding van deze termijn is een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- opgelegd. Verweerder heeft eerder een dwangsom van € 1.442,- toegekend, waar de rechtbank zich niet verder over uitlaat.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en proceskosten van € 218,75. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.