Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen de lichte toets compensatie kinderopvangtoeslag. Het bezwaar was ingediend op 12 mei 2022, en verweerder heeft de beslistermijn overschreden. De rechtbank bevestigt dat de rechtbank Midden-Nederland bevoegd is om over het beroep te oordelen en dat een zitting niet nodig is.
De rechtbank stelt vast dat verweerder een besluit op bezwaar moet nemen binnen twaalf weken na het verweerschrift, conform de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen. Het verweerschrift dateert van 22 mei 2024, waardoor de uiterste beslistermijn op 14 augustus 2024 ligt.
De rechtbank bepaalt dat bij overschrijding van deze termijn verweerder een dwangsom van €100 per dag moet betalen, met een maximum van €15.000. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en proceskosten van €218,75. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.