Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag van 27 september 2022 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na ingebrekestelling.
De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 augustus 2023 vastgestelde nadere beslistermijnen voor de Wet hersteloperatie toeslagen. Omdat de Belastingdienst het verweerschrift op 14 mei 2024 heeft ingediend en meer dan zes weken zijn verstreken, bepaalt de rechtbank dat de Belastingdienst uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de Belastingdienst de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Eiseres krijgt een proceskostenvergoeding van €218,75 en het betaalde griffierecht van €51,- wordt aan haar vergoed. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.