ECLI:NL:RBMNE:2024:4163
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende medisch onderzoek
Eiser werkte als baliemedewerker en schoonmaker en meldde zich ziek op 15 februari 2021. Na beëindiging van zijn dienstverbanden ontving hij Ziektewet-uitkeringen. Het UWV besloot deze uitkeringen te beëindigen per 4 november 2022, omdat uit een arbeidsdeskundig onderzoek bleek dat eiser meer dan 65% van zijn vroegere loon kon verdienen.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en betwistte de medische beoordeling, met name vanwege psychische en lichamelijke klachten waaronder nek-, schouder- en rugklachten en een depressieve stoornis. De verzekeringsarts bezwaar en beroep zag eiser wel op een hoorzitting maar voerde geen lichamelijk onderzoek uit. De rechtbank oordeelt dat dit niet voldoet aan de vereiste zorgvuldigheid, omdat een fysiek spreekuurcontact in bezwaar noodzakelijk is tenzij gemotiveerd anders.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen na een zorgvuldig medisch onderzoek met fysiek spreekuurcontact. Tevens moet het UWV het betaalde griffierecht en proceskosten vergoeden. De rechtbank wijst erop dat ook de taalvaardigheid van eiser bij de functie-indeling moet worden betrokken. De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink op 10 juli 2024.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt vernietigd vanwege onvoldoende zorgvuldig medisch onderzoek en het UWV moet een nieuw besluit nemen na een fysiek spreekuurcontact.