Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 juli 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
9 september 2020 geconstateerd dat eiser in de (tertiaire) watergang tussen zijn woning en het perceel zonder de daarvoor benodigde vergunning een onderbemaling in werking heeft gesteld en in stand houdt. Het algemeen bestuur heeft handhavend opgetreden tegen deze overtreding. Eiser heeft rechtsmiddelen ingesteld tegen het handhavingsbesluit van het algemeen bestuur. In de uitspraak van 10 augustus 2022 [1] heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) – conform de uitspraak van de rechtbank [2] – beslist dat het algemeen bestuur handhavend heeft mogen optreden tegen het zonder de daarvoor benodigde vergunning in werking hebben van de onderbemaling.
Beoordeling door de rechtbank
1,40 m +NAP en het zomerpeil is 1,60 m +NAP. Eiser vraagt voor zijn perceel een winterpeil 1,30 m +NAP en een zomerpeil 1,35 m - 1,38 m +NAP.
0,3 hectare en ligt middenin dit peilgebied. Het voorkomen van wateroverlast op een dusdanig microniveau past volgens het algemeen bestuur niet binnen zijn taken als waterbeheerder. Het op perceelniveau vaststellen van een peil en het bekostigen van alle daarbij per perceel behorende kunstwerken om die verschillende peilen in stand te kunnen houden, zou het op een financieel verantwoorde manier uitvoeren van zijn taken als waterbeheer onmogelijk maken. Hiervoor worden waar mogelijk (via een vergunning) peilafwijkingen toegestaan, waarbij de betreffende perceeleigenaar verantwoordelijk is voor de kosten voor het beheer en het onderhoud van de benodigde kunstwerken, inclusief peilschaal en peilregistratie.
Heeft eiser recht op vergoeding van immateriële schade?
12 mei 2021, met de ontvangst van het bezwaarschrift van eiser tegen de weigering van het dagelijks bestuur om zijn aanvraag tot partiële wijziging van het peilbesluit in behandeling te nemen. Vanaf die datum tot aan deze uitspraak zijn 3 jaar en 2 maanden verstreken. Daarmee is de redelijke termijn met 14 maanden overschreden en dus heeft eiser recht op een vergoeding van immateriële schade van € 1500,-.