Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 9 maart 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder is op 11 mei 2024 in gebreke gesteld en het beroep is tijdig ingediend op 27 mei 2024.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen alsnog binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit te nemen. Hierbij hanteert de rechtbank de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 augustus 2023 vastgestelde termijnen voor het doen van een schriftelijke vooraankondiging en het nemen van een besluit.
De uiterste datum voor de vooraankondiging is vastgesteld op 2 september 2024, waarna verweerder binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van de reactietermijn een besluit moet nemen. Voor elke dag overschrijding van deze termijnen wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres ad €218,75 en het griffierecht van €51,-. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier M.L. Bressers op 12 juli 2024.