Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 16 augustus 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank Midden-Nederland is bevoegd om over dit beroep te oordelen en heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat dat niet nodig was.
Vaststaat dat de beslistermijn is overschreden en eiseres heeft tijdig beroep ingesteld na een schriftelijke ingebrekestelling. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op om uiterlijk 4 september 2024 alsnog een besluit op bezwaar te nemen, conform de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 218,75 en het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres.
De rechtbank volgt de jurisprudentie en wettelijke bepalingen omtrent beslistermijnen en dwangsommen in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen en bestuursprocesrecht.