Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 30 maart 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na een ingebrekestelling.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen binnen de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen, namelijk uiterlijk 29 juli 2024. Tevens wordt verweerder een dwangsom opgelegd van €100 per dag overschrijding met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van eiseres en het vergoeden van het betaalde griffierecht. De rechtbank ziet geen reden af te wijken van de door de Afdeling gestelde beslistermijnen en wijst het beroep toe.
De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier E.J.H.C. Hui op 20 juni 2024 te Utrecht.