Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 14 juni 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat het beroep gegrond is.
De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2023, waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld voor dit soort zaken. Op basis hiervan geldt een termijn van twaalf weken na het verweerschrift om een besluit op bezwaar bekend te maken, met een minimum van zes weken na de uitspraak op het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De uiterste datum voor verweerder om een besluit op bezwaar te nemen is vastgesteld op 14 augustus 2024. Voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, moet verweerder een dwangsom van € 100,- betalen, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.