Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag van 17 februari 2023 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 16 april 2024 in gebreke heeft gesteld. Het beroep is tijdig ingediend.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst alsnog binnen een termijn van twaalf weken na het verweerschrift, uiterlijk 2 september 2024, een besluit moet nemen. Omdat de aanvraag om aanvullende compensatie niet onder de verplichting tot vooraankondiging valt, geldt geen extra termijn voor een vooraankondiging.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Vollebregt-Kuipers en griffier M.L. Bressers op 19 juli 2024. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting omdat dat niet nodig is in deze zaak.