ECLI:NL:RBMNE:2024:4486
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking jachtakte wegens onveilige wapensituatie
Verzoeker had een jachtakte die geldig was tot 31 maart 2024, maar deze werd ingetrokken door de korpschef omdat tijdens een controle bleek dat zijn jachtgeweer onverpakt met munitie in een horecagelegenheid lag. Verzoeker betwistte de bevindingen en stelde dat het wapen in een foedraal lag en onder zijn direct toezicht was. Hij vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van de intrekking en de mogelijkheid om een nieuwe vergunning aan te vragen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er een spoedeisend belang was vanwege het naderende jachtseizoen en het feit dat verzoeker niet in de gelegenheid was gesteld om een nieuwe vergunning aan te vragen. De rechter stelde vast dat een bestuursorgaan in principe mag uitgaan van een proces-verbaal op ambtsbelofte, tenzij overtuigend tegenbewijs wordt geleverd. De door verzoeker overgelegde foto’s en getuigenverklaringen waren onvoldoende om twijfel te zaaien over de juistheid van het proces-verbaal.
De korpschef mocht op basis van het proces-verbaal concluderen dat er een potentieel onveilige situatie was ontstaan doordat het wapen onverpakt lag in een voor publiek toegankelijke horecagelegenheid. Gezien het maatschappelijke belang van veiligheid en de uitzonderingspositie van vergunninghouders, was het intrekken van de vergunning proportioneel. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en oordeelde dat er geen reden was om aan te nemen dat het besluit in bezwaar niet in stand zou blijven.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de jachtakte wordt afgewezen.