Eiseres heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar van 26 juni 2023 tegen de definitieve beschikking tegemoetkoming opzet/grove schuld (O/GS).
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na een schriftelijke ingebrekestelling. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend op 5 juli 2024.
De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 augustus 2023 vastgestelde nadere beslistermijnen en bepaalt dat verweerder uiterlijk 27 september 2024 een besluit op bezwaar moet nemen. Bij overschrijding van deze termijn moet verweerder een dwangsom betalen van €100 per dag, met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€218,75) en het betaalde griffierecht (€51). Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen alsnog binnen de termijn te beslissen.