Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op zijn aanvraag van 20 september 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verweerder op 27 maart 2024 in gebreke is gesteld. Eiser heeft tijdig beroep ingesteld na het verstrijken van de ingebrekestellingstermijn.
De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 augustus 2023 vastgestelde termijnen voor beslissingen in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen. Verweerder moet uiterlijk binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een vooraankondiging doen en binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van de termijn een besluit nemen.
Voor elke dag dat verweerder deze termijnen overschrijdt, moet hij een dwangsom van € 100,- betalen tot een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit en draagt verweerder op alsnog binnen de gestelde termijnen te beslissen.