Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 18 december 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank constateert dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na een schriftelijke ingebrekestelling.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat verweerder alsnog binnen een termijn van twaalf weken na het verweerschrift, uiterlijk 30 september 2024, een besluit op bezwaar moet nemen. Deze termijn is gebaseerd op een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter A.A.M. Elzakkers en uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2024.