Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een winkelpand uit circa 1900 met een oppervlakte van 379 m2, gelegen aan een straat in een Nederlandse plaats. De heffingsambtenaar had de waarde voor het belastingjaar 2021 vastgesteld op € 515.000,-. Na een ongegrond verklaard bezwaar handhaafde de heffingsambtenaar deze waarde. De rechtbank beoordeelt de onderbouwing van de waarde, die is gebaseerd op de huurwaardekapitalisatiemethode met vergelijkbare referentieobjecten en een kapitalisatiefactor van 10,4.
De rechtbank oordeelt dat de door de heffingsambtenaar gebruikte referentieobjecten voldoende vergelijkbaar zijn, ondanks verschillen in totaaloppervlakte, en dat de getaxeerde huurwaarde adequaat is onderbouwd. Het verzoek van eiseres om overlegging van allonges wordt afgewezen wegens strijd met de goede procesorde. Ook het bezwaar tegen het gebruik van getaxeerde huurwaarden voor de berekening van de kapitalisatiefactor wordt verworpen. De rechtbank volgt de uitleg dat er geen historische correcties zijn toegepast omdat de markt stilstond.
Hoewel het beroep ongegrond is, wordt eiseres een schadevergoeding van € 50,- toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn met vijf maanden. Tevens wordt het betaalde griffierecht en proceskosten van € 218,75 aan eiseres vergoed. De rechtbank wijst op het onrechtmatig procederen van de gemachtigde van eiseres, die pas op zitting nieuwe gronden aanvoerde, wat in strijd is met de goede procesorde.