Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 26 augustus 2022 tegen de beschikking aanvullende werkelijke schadevergoeding. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft de beslistermijn overschreden. Op 3 februari 2023 is verweerder in gebreke gesteld en op 3 april 2023 heeft eiseres beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen binnen de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen. Omdat de twaalf weken na het verweerschrift zijn verstreken, geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak om het besluit bekend te maken.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en sluit het onderzoek zonder zitting af omdat partijen geen zitting wensten.