Eiseres heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, waarbij het bezwaar op 15 november 2023 is ontvangen.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na ingebrekestelling. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen de vastgestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, waarbij de dwangsom wordt vastgesteld op €1.442 omdat reeds 42 dagen zijn verstreken. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €218,75 en het betaalde griffierecht van €51 aan eiseres.
De rechtbank volgt de beslistermijnen zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en ziet geen reden hiervan af te wijken. De uitspraak is gedaan door rechter Elzakkers op 1 augustus 2024.