Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 13 februari 2023 tot herbeoordeling van kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft de beslistermijn overschreden, hetgeen niet in geschil is. Eiseres stelde verweerder op 5 maart 2024 in gebreke en diende op 16 juni 2024 het beroepschrift in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. Hierbij verwijst de rechtbank naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2023, waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld voor dergelijke zaken. Verweerder moet uiterlijk 24 september 2024 een schriftelijke vooraankondiging doen en binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van de reactietermijn een besluit nemen.
De rechtbank legt een dwangsom van €100,- per dag op voor elke dag overschrijding van deze termijnen, met een maximum van €15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres van €218,75 en het betaalde griffierecht van €51,-. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en uitgesproken op 12 augustus 2024.