Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 15 maart 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank constateert dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twaalf weken na het verweerschrift, uiterlijk 18 oktober 2024, een besluit op bezwaar moet nemen. Voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, moet verweerder een dwangsom van € 100,- betalen, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 218,75 en het griffierecht van € 51,-. De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld, welke zij overneemt.
De rechtbank ziet geen aanleiding om van deze termijnen af te wijken en wijst het beroep toe, waarbij het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.