Eiser, een politieambtenaar, verzocht op grond van de AVG om verstrekking van alle persoonsgegevens die de korpschef over hem heeft verwerkt sinds 1 januari 2017. De korpschef verstrekte deels documenten met passages weggelakt en weigerde inzage in bepaalde gegevens, onder meer met de grondslag 'intern beraad' en bescherming van rechten en vrijheden van anderen.
De rechtbank beoordeelde de beroepsgronden van eiser en stelde vast dat de korpschef onvoldoende heeft gemotiveerd waarom bepaalde passages zijn geweigerd. De korpschef moet per passage aangeven op welke grondslag inzage is geweigerd en een belangenafweging maken. Tevens oordeelde de rechtbank dat de korpschef onjuist heeft gekozen om persoonsgegevens van derden weg te lakken in plaats van de passages zelf, waardoor eiser mogelijk onnodig inzage wordt onthouden.
De rechtbank stelt dat de korpschef de motiveringsgebreken in de besluiten moet herstellen door een nieuwe belangenafweging en passende afscherming van persoonsgegevens van derden. De korpschef krijgt hiervoor een termijn van acht weken. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden. De uitspraak betreft een tussenuitspraak in het bestuursrechtelijke beroep tegen de besluiten van de korpschef.