ECLI:NL:RBMNE:2024:5182
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking omgevingsvergunning wegens langdurig niet-gebruik zonder bijzondere omstandigheden
Eiser had een omgevingsvergunning gekregen voor het verbouwen van een winkelpand tot appartementen, die het college na meer dan drie jaar niet-gebruik heeft ingetrokken op grond van artikel 2.33, lid 1, onder a, Wabo. Eiser voerde aan dat onderhandelingen met een huurder, de coronapandemie en het woningtekort bijzondere omstandigheden vormden die intrekking moesten voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat het college bevoegd was de vergunning in te trekken en dat het beleid om vergunningen in te trekken na langdurig niet-gebruik niet onredelijk is. Eiser heeft onvoldoende concreet bewijs geleverd dat binnen acht of 26 weken met de bouw zou worden gestart, noch dat er persoonlijke of bijzondere omstandigheden waren die intrekking rechtvaardigen.
Ook het betoog dat een welstandsadvies vereist zou zijn voor intrekking wordt verworpen, omdat een welstandsadvies alleen bij het verlenen van een vergunning hoort en intrekking geen verandering van de bestaande toestand veroorzaakt.
Het te laat en ongetekend ingediende verweerschrift van het college is niet in strijd met de goede procesorde. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het besluit blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekken van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.