ECLI:NL:RVS:2012:BW1564
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- N.S.J. Koeman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Intrekking bouw- en sloopvergunning wegens niet tijdig starten werkzaamheden
Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen trok op 14 oktober 2009 de bouwvergunning van 9 maart 2004 en de sloopvergunning van 26 januari 2004 in voor het perceel Boulevard Evertsen 244 te Vlissingen, omdat niet binnen de wettelijke termijn van 26 weken na onherroepelijkheid met de werkzaamheden was begonnen.
De vergunninghouders, bestaande uit Brittannia B.V., A.V.V. Beheer B.V. en Loostad B.V., maakten bezwaar tegen deze besluiten, dat door het college deels werd gehonoreerd maar de intrekking werd gehandhaafd. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van de vergunninghouders gegrond en vernietigde de besluiten, maar het college ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college bevoegd was de vergunningen in te trekken omdat niet binnen de gestelde termijn met de werkzaamheden was gestart. De rechtbank had onvoldoende rekening gehouden met het feit dat de vergunninghouders niet aannemelijk hadden gemaakt dat het bouwplan binnen afzienbare tijd zou worden uitgevoerd. Het college had de belangen zorgvuldig afgewogen en een vaste gedragslijn gevolgd.
Daarom vernietigt de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vergunninghouders ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bouw- en sloopvergunningen wordt ongegrond verklaard.