ECLI:NL:RBMNE:2024:5258
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig lijnoperator, vroeg een WIA-uitkering aan na langdurige ziekte sinds oktober 2020. Het UWV wees de aanvraag af omdat uit medisch en arbeidskundig onderzoek bleek dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Na bezwaar handhaafde het UWV het besluit. Eiseres stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat functies ten onrechte als passend werden beschouwd.
De rechtbank toetste of het UWV de medische en arbeidskundige rapporten zorgvuldig had opgesteld en of de medische beoordeling juist was. De rapporten waren opgesteld door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige, waarbij de kwaliteit van de beoordelingen was geborgd, ook al was een arts-in-opleiding betrokken bij een eerdere beoordeling. De vermeende tegenstrijdigheden tussen de Ziektewet- en WIA-beoordelingen werden verklaard door het verschil in beoordelingscriteria.
Eiseres voerde aan dat sprake was van geen benutbare mogelijkheden (GBM) wegens een ernstige psychische stoornis, maar dit werd niet onderbouwd met medische stukken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde waarom GBM niet van toepassing is. Ook de selectie van functies door de arbeidsdeskundige was volgens de rechtbank juist en voldoende gemotiveerd, ook waar normaalwaarden werden overschreden.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de WIA-uitkering had geweigerd en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.