ECLI:NL:RBMNE:2024:5550
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op overname private schulden op grond van Wet hersteloperatie toeslagen
Eiser, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagenaffaire, verzocht de minister om overname van zijn schuld van €5.324,16 bij ABN AMRO op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister nam slechts een deel van €1.774,72 over wegens onvoldoende bewijs van opeisbaarheid van het resterende bedrag voor 1 juni 2021.
De rechtbank oordeelt dat opeisbaarheid volgens het civiele recht moet worden beoordeeld, waarbij een vordering opeisbaar is zodra een afgesproken termijn verstrijkt. Eiser stelde dat elke maandtermijn opeisbaar is bij het vervallen daarvan, wat de rechtbank bevestigde. Uit stukken bleek echter niet dat meer dan €1.774,72 voor 1 juni 2021 opeisbaar was.
Eiser beriep zich ook op de hardheidsclausule, stellende dat zijn pauzeregeling met ABN AMRO een bijzondere omstandigheid is. De rechtbank verwierp dit omdat de regeling bedoeld is om alleen opeisbare schulden over te nemen en de wetgever bewust de grens op 1 juni 2021 stelde om anticipatie te voorkomen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het besluit van de minister in stand blijft. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.