Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
135,00
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder huurt sinds juni 2023 een woning voor onbepaalde tijd met een minimale huurperiode van 12 maanden en 2 dagen. Op 31 december 2023 heeft de huurder de huur opgezegd vanwege ernstige gezondheidsklachten, wat door de verhuurder is bevestigd met een einddatum van 31 januari 2024. De huurder is echter in de woning blijven wonen en heeft vanaf januari 2024 geen huur meer betaald.
De verhuurder vordert ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand en gebruikskosten tot en met de dag van ontruiming, inclusief buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De huurder stelt dat de verhuurder akkoord is gegaan met voortzetting van de huurovereenkomst, onderbouwd met een e-mail, en beroept zich op verrekening wegens vermeende schade door het ontbreken van een postadres.
De kantonrechter oordeelt dat uit de e-mail geen onvoorwaardelijke toezegging blijkt en dat de huurovereenkomst per 31 januari 2024 is geëindigd. De huurder verblijft sinds die datum zonder recht in de woning. Het beroep op verrekening wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van aansprakelijkheid en schade. De gevorderde huurachterstand, gebruikskosten, incassokosten en proceskosten worden toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, gebruikskosten, incassokosten en proceskosten.