ECLI:NL:RBMNE:2024:598
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering en afwijzing WIA-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Eiseres maakte bezwaar tegen de beëindiging van haar ZW-uitkering per 1 augustus 2017 en de afwijzing van haar WIA-uitkering omdat zij de wachttijd niet had volgemaakt. De rechtbank had eerder een tussenuitspraak gedaan waarin het UWV werd verzocht het besluit nader te motiveren. Na aanvullende rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen en een deskundigenrapport van een door de rechtbank benoemde verzekeringsarts, concludeerde de rechtbank dat de medische beoordeling van het UWV juist was en dat eiseres met de geselecteerde functies meer dan 65% van het maatmaninkomen kan verdienen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht de ZW-uitkering had beëindigd en de WIA-uitkering had afgewezen. Wel werd het beroep gegrond verklaard vanwege een gebrek in het bestreden besluit, waardoor het werd vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand bleven. Daarnaast kende de rechtbank eiseres een immateriële schadevergoeding toe van €3.500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij het UWV en de Staat ieder een deel van de vergoeding moeten betalen.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter S.C.A. van Kuijeren en griffier A. Azmi op 25 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd met in stand blijvende rechtsgevolgen, en eiseres krijgt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.