Eiseres is sinds april 2021 werkzaam als verzorgende IG bij gedaagde, met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Vanaf mei 2024 heeft gedaagde het salaris niet meer betaald, ondanks dat eiseres haar werkzaamheden onverminderd voortzette. Gedaagde hield een bedrag in verband met vermeende verkeersboetes, maar kon dit niet onderbouwen.
Eiseres vordert betaling van achterstallig salaris tot en met augustus 2024, wettelijke verhoging, maandelijkse loonbetaling vanaf september 2024 en salarisspecificaties over juli en augustus 2024. Gedaagde voert verweer met verwijzing naar gebrekkige rapportage van werkzaamheden en een lopend onderzoek van zorgverzekeraars, waardoor betaling niet verantwoord zou zijn.
De kantonrechter oordeelt dat gebrekkig functioneren geen reden is om salaris niet te betalen en dat het lopende onderzoek geen grond vormt om betaling op te schorten. De inhouding van vermeende boetes wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De vorderingen van eiseres worden toegewezen, met een dwangsom voor het niet verstrekken van salarisspecificaties en veroordeling van gedaagde in de proceskosten.