Uitspraak
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met productie;
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen twee werknemers en hun werkgever over de uitleg van een bonusregeling. De werknemers ontvangen een variabele beloning gebaseerd op de Cash EBITDA van hun onderneming. Na een fusie en de oprichting van een Shared Service Center (SSC) ontstond discussie over de doorbelasting van indirecte kosten bij de bonusberekening.
De werknemers vorderden dat de bonus vanaf 2024 zou worden vastgesteld zonder rekening te houden met deze indirecte kosten, zoals in eerdere jaren. De werkgever stelde dat een redelijke uitleg van de bonusregeling juist vereist dat deze kosten worden betrokken, en dat zij bevoegd is de regeling eenzijdig te wijzigen.
De kantonrechter hanteerde de Haviltex-maatstaf voor uitleg en concludeerde dat de bonusregeling strekt tot beloning voor de winstbijdrage, waarbij alle redelijke kosten volgens de boekhoudregels moeten worden meegenomen. De indirecte SSC-kosten zijn redelijke kosten en moeten dus worden betrokken. De eerdere niet-doorbelasting was een administratieve omissie. De vordering van de werknemers werd afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de werknemers wordt afgewezen; bij de bonusberekening moeten indirecte kosten worden betrokken.