ECLI:NL:RBMNE:2024:6233
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar WIA-uitkering afgewezen
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een WIA-uitkering door het UWV. Dit bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen bezwaargronden had vermeld. Het UWV gaf eiseres een hersteltermijn om de gronden alsnog aan te vullen, maar zij heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Eiseres stelde dat uit haar ingediende bezwaar redelijkerwijs duidelijk moest zijn waarom zij het niet eens was met het besluit en dat het UWV het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard. Tevens voerde zij aan dat het zorgvuldigheidsbeginsel was geschonden en verwees naar een eerdere uitspraak van de rechtbank Limburg over hersteltermijnen.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar geen gronden bevatte en dat de stelling van eiseres niet kon worden gevolgd. Het UWV had op grond van artikel 6:6 Awb Pro terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard na het verstrijken van de hersteltermijn. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand bleef en eiseres geen WIA-uitkering ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt kennelijk ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.