ECLI:NL:RBMNE:2024:6315
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning jongerenontmoetingsplek wegens onvoldoende motivering geluidsoverlast
De rechtbank Midden-Nederland behandelt een bestuursrechtelijke zaak over een omgevingsvergunning voor een tijdelijke jongerenontmoetingsplek (JOP) op een locatie in Utrecht. Na een eerdere tussenuitspraak waarin werd geoordeeld dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat de JOP geen onaanvaardbare geluidsoverlast zou veroorzaken, heeft het college een aanvullend geluidsonderzoek laten uitvoeren door Antea Group. Dit rapport concludeerde dat de geluidbelasting binnen de normen voor een rustige woonwijk blijft.
Eiser betwistte de representativiteit van het onderzoek, stelde dat niet alle relevante geluiden waren meegenomen en dat toezicht en handhaving onvoldoende waren geregeld. De rechtbank oordeelde echter dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de JOP geen onaanvaardbare geluidsoverlast veroorzaakt. Ook het bezwaar dat het besluit onevenredig zou zijn, werd verworpen omdat het college de belangenafweging inzichtelijk had gemaakt.
Ten aanzien van de klacht over onvoldoende onderzoek naar alternatieve locaties oordeelde de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat alternatieven een gelijkwaardig resultaat met minder bezwaren zouden opleveren. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit omdat het motiveringsgebrek uit de tussenuitspraak was hersteld, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het college moet griffierecht en proceskosten vergoeden.