Eiseres, als eigenrisicodrager voor de WIA, betwist het besluit van het UWV om aan ex-werkneemster een gedeeltelijke WGA-uitkering toe te kennen en te oordelen dat zij niet duurzaam arbeidsongeschikt is. De arbeidsovereenkomst met ex-werkneemster eindigde in oktober 2020 waarna zij een Ziektewetuitkering ontving en later een WIA-uitkering. Eiseres maakte bezwaar tegen de besluiten van het UWV, die werden afgewezen, waarna zij beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom ex-werkneemster niet duurzaam arbeidsongeschikt zou zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep baseerde zich op het standpunt dat bij adequate behandeling verbetering mogelijk is, maar gaf geen overtuigende onderbouwing van de aard en het resultaat van die behandeling. De complexiteit van de problematiek en therapieontrouw van ex-werkneemster maken het behandeltraject langdurig, wat niet adequaat is meegenomen in de motivering.
De rechtbank heropende het onderzoek en gaf het UWV de gelegenheid tot nadere motivering, maar deze bleek onvoldoende. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt het UWV op binnen zes weken opnieuw te beslissen, met een overtuigende motivering omtrent de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid. Tevens wordt het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoed.