Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. Nadat het bestuursorgaan alsnog een beslissing op bezwaar nam, trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat het bestuursorgaan de proceskosten moet vergoeden, omdat het beroep is ingetrokken nadat het bestuursorgaan aan het verzoek van verzoeker tegemoet is gekomen. De rechtbank past een wegingsfactor toe vanwege de aard van het beroep, dat uitsluitend zag op de overschrijding van de beslistermijn.
Het college van burgemeester en wethouders wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten en het griffierecht van € 187,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2024.