Uitspraak
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR)
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster is aangehouden wegens een overtreding van de Wegenverkeerswet en haar rijbewijs is geschorst door het CBR. Bij een bloedonderzoek werd een verhoogde CDT-waarde vastgesteld, wat duidt op alcoholmisbruik. De psychiater concludeerde dat verzoekster een stoornis in het alcoholgebruik heeft en niet rijgeschikt is.
Het CBR weigerde daarom een verklaring van geschiktheid af te geven. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het CBR terecht is uitgegaan van het psychiatrisch rapport en dat de weigering niet onevenredig is, gezien het algemene belang van verkeersveiligheid.
Daarnaast achtte de voorzieningenrechter de recidiefvrije periode van een jaar passend en noodzakelijk om te beoordelen of het alcoholgebruik is gestaakt. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, en er is geen mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van het CBR om een verklaring van rijgeschiktheid af te geven wordt afgewezen.