ECLI:NL:RVS:2023:2924
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs na rijden onder invloed van cannabis
Op 7 juli 2022 werd verzoeker staande gehouden door de politie wegens een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994. Bij hem werd een cannabisgeur waargenomen en een speekseltest wees op THC-gebruik. Bloedonderzoek toonde een THC-gehalte van 4,4 microgram per liter, boven de wettelijke grens van 3,0 microgram.
Het CBR legde op 2 augustus 2022 een onderzoek naar de rijgeschiktheid op en schorste de geldigheid van het rijbewijs van verzoeker. Dit besluit werd op 3 oktober 2022 bevestigd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond op 6 december 2022. Verzoeker stelde dat hij niet zelf had gerookt maar passief cannabis had ingeademd, en dat hij het rijbewijs nodig had voor zijn werk.
De Raad van State oordeelde dat het CBR terecht het onderzoek en de schorsing heeft opgelegd op grond van dwingendrechtelijke bepalingen, zonder ruimte voor belangenafweging. De stellingen van verzoeker werden niet aannemelijk geacht, mede door tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de schorsing van het rijbewijs wegens rijden onder invloed van cannabis wordt ongegrond verklaard.